Nederlands Français

Belgische Energiesector

Sedert 1 januari 2007 is de Belgische energiemarkt volledig vrijgemaakt. Dat houdt in dat alle Belgische afnemers – gezinnen en bedrijven – vrij kunnen kiezen bij wie ze aardgas of elektriciteit aankopen. Eerder werd al de volledige Vlaamse markt vrijgemaakt en konden in Wallonië en Brussel ook al de grote, professionele klanten een leverancier kiezen.

De liberalisering, die een gevolg is van de Europese regelgeving, houdt niet in dat de hele waardeketen van energie aan de concurrentie wordt blootgesteld. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen commerciële activiteiten en gereguleerde activiteiten. Vanwege dit onderscheid is het noodzakelijk de verschillende rollen van de marktpartijen duidelijk vast te leggen.

De Belgische Energiesector Schema

Vooraan de waardeketen bevinden zich de producenten van elektriciteit en de invoerders van aardgas. Zij zijn commerciële bedrijven en bevinden zich dus in het geliberaliseerde deel van de energiemarkt.

De geproduceerde elektriciteit wordt vervoerd over het transportnet. Het beheer van dit net is een gereguleerde activiteit die niet aan concurrentie wordt blootgesteld. Het net wordt beschouwd als een natuurlijk monopolie, vermits het als economisch inefficiënt wordt aanzien alternatieve netten aan te leggen naast het bestaande netwerk. In België werd Elia aangesteld als de nationale transmissienetbeheerder. Elia beschikt dus over een monopolie.

Voor aardgas geldt een gelijkaardige situatie. Het ingevoerde gas wordt over het nationale vervoersnet van Fluxys Belgium getransporteerd. Fluxys Belgium beschikt daartoe over een monopolie, aangezien ook het vervoer van gas tot het gereguleerde segment van de markt behoort.

Met uitzondering van enkele grote afnemers, zijn de klanten niet aangesloten op de transportnetten. Het zijn de distributienetbeheerders of DNB’s die de elektriciteit of het aardgas via hun distributienetten overbrengen van de transportnetten naar de gezinnen en de bedrijven. Net als het vervoer is de distributie van energie een gereguleerde activiteit. De verschillende DNB’s beschikken over een monopolie voor het grondgebied waarop zij actief zijn.

Bovendien zijn bijna alle DNB’s intercommunales; met name samenwerkingsverbanden tussen verschillende gemeenten met als doel het verzorgen van nutsvoorzieningen.

Alhoewel de DNB’s zorgen voor de fysische distributie van energie bij de eindafnemers, treden zij niet op als commerciële leveranciers. De leveringsbedrijven behoren tot het vrijgemaakte deel van de markt. Zoals gesteld, kan elke klant dus vrij een leverancier kiezen.

Alhoewel dergelijke eenvoudige structuur effectief als leidraad wordt gebruikt voor de organisatie van de Belgische energiesector, is de realiteit om uiteenlopende redenen een stuk complexer. Meer nog, de duidelijke afbakening van de rollen van de verschillende marktpartijen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de Belgische energiemarkt die bovenstaand schema vervolledigen:

  • De Belgische energiemarkt kent vier regulatoren. De federale Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas of CREG heeft een adviserende functie ten behoeve van de overheid en moet er eveneens op toezien dat alle marktspelers de wetten en de regelgeving respecteren. Vanuit die functie is de CREG onder meer verantwoordelijk voor de controle op het beheer van de vervoersnetten, alsook voor de goedkeuring van de tarieven voor het gebruik van de vervoersnetten.

 

  • Naast de CREG bestaan nog drie regionale regulatoren. In Vlaanderen staat de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt of VREG in voor de regulering van en de controle op de energiemarkt, naargelang de bevoegdheden die haar wettelijk werden toegekend. In Wallonië heeft de Commission Wallonne pour L’Energie of CWaPE deze verantwoordelijkheid en in Brussel vervult Brussel Gas Elektriciteit of kortweg Brugel deze rol. Terwijl de CREG bevoegd is voor de transportnetbeheerders, zijn de regionale regulatoren bevoegd voor het distributienetbeheer.

 

  • De netbeheerders hebben meer activiteiten dan het louter onderhouden en ontwikkelen van hun netinfrastructuur. Zo treedt bijvoorbeeld Elia op als beheerder van het evenwicht tussen de productie en het verbruik van elektriciteit op zijn net. Ook Fluxys heeft activiteiten die verder gaan dan het infrastructuurbeheer van zijn aardgasnetwerk.

 

  • Deze vaststellingen gelden des te meer voor de distributienetbeheerders. Zij dienen verschillende zogenaamde openbare dienstverplichtingen of ODV’s te vervullen. Er kunnen drie soorten worden   onderscheiden: ecologische, sociale en technische ODV’s. Tot deze verplichtingen behoort onder meer het bevorderen van rationeel energiegebruik (REG) via bijvoorbeeld het toekennen van premies. Daarnaast dienen de DNB’s in specifieke gevallen op te treden als sociale leveranciers. 

 

  • Gelet op het aantal aparte ondernemingen dat op de markt actief is, kan een degelijk systeem van gegevensuitwisseling tussen de verschillende marktpartijen niet ontbreken. Het uitbouwen en beheren van dergelijk systeem is eveneens een taak van de DNB’s.

 

  • Ook andere marktpartijen krijgen bepaalde openbare dienstverplichtingen opgelegd. Zo zijn er informatieverplichtingen van de leveranciers bij het factureren van hun klanten.

 

  • Verschillende DNB’s doen beroep op operatoren voor het uitvoeren van opdrachten, gaande van de aanleg en het onderhoud van netten tot het opnemen en beheren van de meetgegevens van de klanten.
 
© Intermixt | Gebruikersovereenkomst